ECLI:NL:RBZWB:2023:5055

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 juli 2023
Publicatiedatum
18 juli 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2409
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen herzieningsbesluit Participatiewet

Verzoekers hadden beroep ingesteld tegen het besluit van het Werkplein waarin hun bezwaar tegen de herziening van hun uitkering op grond van de Participatiewet over de periode van 9 maart 2016 tot en met 31 mei 2019 ongegrond werd verklaard. Zij trokken het beroep in nadat het Werkplein op 3 mei 2023 besloot geen terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkering te doen.

De rechtbank heeft beoordeeld of het Werkplein hiermee geheel of gedeeltelijk aan verzoekers was tegemoetgekomen, hetgeen een grond zou zijn voor proceskostenveroordeling. De rechtbank concludeerde dat het besluit tot niet-terugvordering losstaat van het herzieningsbesluit dat in stand blijft.

Daarom is geen sprake van tegemoetkoming aan het beroep en wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 14 juli 2023.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling van het Werkplein wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2409

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2023 in de zaak tussen

[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2] , uit [plaatsnaam] , verzoekers

(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),
en

het dagelijks bestuur van Werkplein Hart van West-Brabant, het Werkplein.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekers om een veroordeling van het Werkplein in de proceskosten. Verzoekers hebben dit verzoek gedaan bij de intrekking van hun beroep tegen het besluit van het Werkplein van 6 april 2023 waarin hun bezwaar tegen het besluit van 1 december 2022 ongegrond wordt verklaard. In het besluit van 1 december 2022 werd het recht van verzoekers op een uitkering op grond van de Participatiewet over de periode van 9 maart 2016 tot en met 31 mei 2019 herzien. Verzoekers hebben het beroep ingetrokken omdat het Werkplein op 3 mei 2023 heeft besloten niet over te gaan tot terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkering.
1.1.
De rechtbank heeft het Werkplein in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Werkplein heeft de rechtbank meegedeeld dat hij zich niet kan vinden in dat verzoek omdat hij het besluit van 6 april 2023 waartegen het beroep was gericht niet heeft ingetrokken. Het Werkplein blijft bij de herziening, maar heeft besloten de ten onrechte betaalde uitkering niet terug te vorderen. Het besluit van 3 mei 2023 over het al dan niet terugvorderen staat daarmee los van het besluit tot herziening. In het besluit van 1 december 2022 wordt namelijk aangekondigd dat over de terugvordering nog bericht volgt.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het Werkplein aan verzoekers tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Werkplein geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 14 april 2023 hebben verzoekers beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekers ongegrond is verklaard. Het Werkplein heeft op 3 mei 2023 besloten dat de ten onrechte betaalde uitkering niet wordt teruggevorderd. Hiermee is het Werkplein niet tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekers, omdat de herziening in stand blijft. De rechtbank wijst het verzoek daarom als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 14 juli 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).