Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
woensdag 8 februari 2023 te 10.00 uur;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bodemzaak vordert eiser onder meer een verklaring voor recht omtrent de erfgrens en verwijdering van erfafscheidingen en beplantingen door gedaagde. Gedaagde voert een incidenteel beroep op onbevoegdheid van de kantonrechter vanwege de onbepaalde waarde van de vorderingen en verzoekt verwijzing naar de civiele kamer.
De kantonrechter overweegt dat de vorderingen van eiser inderdaad van onbepaalde waarde zijn en dat er onvoldoende duidelijke aanwijzingen zijn dat deze niet hoger zijn dan € 25.000,00. Daarbij wordt meegewogen dat de waarde van het perceel waarop het geschil betrekking heeft een relevant aanknopingspunt is.
Gelet hierop is de kantonrechter niet bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen en wijst de vordering van gedaagde tot verwijzing toe. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar het team civiel recht Cluster II Handelszaken voor verdere behandeling, waarbij partijen worden gewezen op de verplichting tot bijstand van een advocaat en griffierechten.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de civiele kamer voor verdere behandeling.