ECLI:NL:RBZWB:2023:5085
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering na medische en arbeidsdeskundige beoordeling
Eiser, voormalig vrachtwagenchauffeur, had sinds 2011 een WIA-uitkering die in 2017 werd beëindigd. Hij vroeg opnieuw een WIA-uitkering aan per 26 februari 2019 en 23 februari 2021, welke door het UWV werden geweigerd. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna het beroep bij de rechtbank werd behandeld.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV concludeerde dat eiser ongeschikt is voor zijn eigen werk vanwege beperkingen die deels voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak als eerder, met bijkomende beperkingen. De arbeidsdeskundige stelde passende functies vast die eiser, ondanks zijn beperkingen, kan verrichten. De berekende mate van arbeidsongeschiktheid bedroeg circa 33%.
Eiser voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder hartfalen, wegrakingen en andere klachten, onvoldoende waren meegenomen. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. Ook de arbeidsdeskundige beoordeling werd als passend beschouwd. Gezien de mate van arbeidsongeschiktheid werd de weigering van de WIA-uitkering bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.