ECLI:NL:RBZWB:2023:5116
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting bij niet-ingeschreven kind
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019, waarbij de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) niet was toegepast. Hij stelde dat hij recht had op de IACK omdat hij de kosten voor zijn zoon droeg en regelmatig voor hem zorgde, ondanks dat de zoon niet op zijn adres was ingeschreven.
De inspecteur verwierp dit bezwaar omdat geen van de kinderen op het adres van belanghebbende stond ingeschreven en de zoon niet ten minste drie hele dagen per week bij belanghebbende verbleef. Ook was het inkomen van belanghebbende niet significant lager, wat zou duiden op minder werken vanwege zorg.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke voorwaarden voor de IACK niet waren vervuld. De zoon was niet ingeschreven op het adres van belanghebbende en belanghebbende had niet aannemelijk gemaakt dat de zoon doorgaans drie hele dagen per week bij hem verbleef gedurende zes maanden. Daarom was er geen recht op de IACK.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht niet teruggegeven en geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter Beukers-van Dooren op 20 juli 2023.
Uitkomst: Belanghebbende heeft geen recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting omdat het kind niet op zijn adres was ingeschreven en niet voldoende verbleef in zijn huishouden.