Uitspraak
1.[eiser sub01] ,
[eiseres sub02],
1.V.O.F. [gedaagde sub01] ,
[gedaagde sub02],
[gedaagde sub03],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 24 februari 2020 gaf eiser opdracht tot een bouwkundige keuring van een woning. De inspectie rapporteerde een scheur in het pleisterwerk met herstelkosten van €450. Later bleek dat de daadwerkelijke herstelkosten aanzienlijk hoger waren (€5.380). Eiser stelde gedaagde aansprakelijk wegens tekortschieten in de inspectie.
Gedaagde verweerde zich met een beroep op de algemene voorwaarden, waarin een vervaltermijn van één jaar is opgenomen voor vorderingsrechten. Eiser had tijdig kennis van de hogere herstelkosten, maar stelde pas ruim na het verstrijken van deze termijn een vordering in. De kantonrechter oordeelde dat het nalaten van eiser om tijdig actie te ondernemen het verval van zijn rechten rechtvaardigt.
De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De overige verweren van gedaagde bleven onbesproken, omdat het beroep op de vervaltermijn doorslaggevend was.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens verval van rechten door niet-tijdige actie binnen vervaltermijn in algemene voorwaarden.