ECLI:NL:RBZWB:2023:514
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Kartsten-Badal
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking WGA-uitkering en toekenning IVA-uitkering
Verzoeker ontving aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 44,24% vanaf 17 september 2019. Na bezwaar verklaarde het UWV het primaire besluit gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de beroepsprocedure werd een deskundigenonderzoek gelast, waarna het UWV het bestreden besluit introk en alsnog een IVA-uitkering toekende vanaf dezelfde datum.
Naar aanleiding van de intrekking van het besluit trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het UWV tegemoet was gekomen aan het beroep en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten over de beroepsfase, vastgesteld op € 5.026,45, exclusief BTW over deskundigenkosten omdat verzoeker deze kan verrekenen.
De rechtbank wees tevens op de verplichting van het UWV om het betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden. Deze uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en openbaar gemaakt op 16 januari 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 5.026,45 aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het WGA-besluit en toekenning van een IVA-uitkering.