ECLI:NL:RBZWB:2023:5151
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake kinderbijslag
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) van 20 december 2022 over haar recht op kinderbijslag en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten de zitting achterwege te laten en heeft verzoekster verzocht om een toelichting op het spoedeisend belang, inclusief een overzicht van haar financiële situatie met inkomsten en vaste lasten.
Verzoekster heeft niet aan dit verzoek voldaan; de reactie op de brief ontbrak een onderbouwd financieel overzicht. Hierdoor is onvoldoende aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.