Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het op 19 april 2023 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties;
- het op 7 juni 2023 ter griffie ontvangen verweerschrift;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 19 juni 2023.
2.De feiten
- CVB exploiteert een onderneming in de recycling van onder andere oud papier, plastic en textiel;
- [verweerder01] werkte vanaf 14 juli 2020 op uitzendbasis voor CVB;
- op 19 juli 2021 is [verweerder01] voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij CVB in de functie van “algemeen productiemedewerker”;
- op 12 november 2021 heeft CVB [verweerder01] officiëel gewaarschuwd voor het niet opvolgen van werkinstructies en het weglopen van de werkvloer;
- op 26 januari 2023 heeft CVB [verweerder01] officiëel gewaarschuwd voor ongeoorloofd telefoongebruik op de werkvloer;
- op 3 april 2023 heeft CVB [verweerder01] officiëel gewaarschuwd voor regelmatig te laat komen;
- bij brief van 14 april 2023 heeft CVB [verweerder01] een beëindigingsovereenkomst aangeboden. [verweerder01] is niet akkoord gegaan met het voorstel;
- op 19 april 2023 is op de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift van CVB ontvangen om dat arbeidsovereenkomst te ontbinden.