ECLI:NL:RBZWB:2023:5232

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
26 juli 2023
Zaaknummer
10549129 CV EXPL23-1663 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 EVEX II VerdragArt. 14 lid 2 Verordening Rome IArt. 6 lid 2 Verordening Rome I
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering consumentenkrediet na cessie tegen niet-verschijnende gedaagde

Eiseres, een Zwitserse vennootschap, vordert betaling van een bedrag van €125,97 plus wettelijke rente en proceskosten van gedaagde, op grond van een consumentenkoopovereenkomst die via cessie is overgedragen. Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van het EVEX II Verdrag, aangezien gedaagde in Nederland woont. Het toepasselijke recht op de overeenkomst is Nederlands recht, conform de toepasselijke algemene voorwaarden en Verordening Rome I.

De vordering wordt als niet onrechtmatig of ongegrond beoordeeld en toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €125,97 met rente en proceskosten na verstek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10549129 CV EXPL 23-1663
vonnis d.d. 12 juli 2023
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht
Alektum Capital AG,
gevestigd en kantoorhoudende te Zug, Zwitserland,
eiseres,
gemachtigde: Van Lith B.V. te Eindhoven,
tegen
[gedaagde01],
wonende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 12 mei 2023 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 125,97 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 82,83 vanaf 12 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres gevestigd is te Zwitserland, draagt onderhavige procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van onderhavige vordering kennis te nemen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het EVEX II Verdrag inzake. Nu gedaagde woonachtig is in Nederland, is op grond van artikel 15 van Pro het EVEX II Verdrag de Nederlandse rechter bevoegd.
2.4
Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Eiseres heeft gesteld dat zij middels cessie heeft overgedragen gekregen de openstaande vordering uit hoofde van een tussen Zalando SE (hierna: Zalando) en gedaagde gesloten consumentenovereenkomst. Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 11 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van Zalando in samenhang met artikel 6 lid 2 Verordening Pro Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
2.5
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens het volgende.
2.6
Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, waaronder tevens de nakosten, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op:
- dagvaardingskosten € 107,84
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde
€ 39,00
totaal € 274,84.
2.7
De nakosten worden begroot op € 19,50 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 125,97 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 82,83 vanaf 12 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 274,84;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.