ECLI:NL:RBZWB:2023:5233

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
26 juli 2023
Zaaknummer
10549141 CV EXPL 23-1664 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 EVEX II VerdragArt. 14 lid 2 Verordening Rome IArt. 11 lid 1 algemene voorwaarden ZalandoArt. 6 lid 2 Verordening Rome I
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering consumentenkrediet na cessie onder Nederlands recht

Eiseres, een vennootschap gevestigd in Zwitserland, heeft een vordering uit hoofde van een consumentenkoopovereenkomst die zij middels cessie van Zalando SE heeft verkregen, ingediend tegen gedaagde, woonachtig in Nederland. Gedaagde is niet verschenen noch heeft hij verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 15 van Pro het EVEX II Verdrag, aangezien gedaagde in Nederland woont. Het toepasselijke recht op de overeenkomst is Nederlands recht, conform artikel 14 lid 2 en Pro artikel 11 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van Zalando in samenhang met Verordening Rome I.

De vordering wordt door de rechtbank gegrond bevonden en toegewezen tot betaling van € 118,06, vermeerderd met wettelijke rente over € 76,72 vanaf 16 mei 2023 tot volledige voldoening. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten, inclusief nakosten, begroot op € 274,84 plus mogelijke explootkosten bij niet-tijdige betaling.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door kantonrechter Ponds op 12 juli 2023.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 118,06 met rente en proceskosten na verstekverlening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10549141 CV EXPL 23-1664
vonnis d.d. 12 juli 2023
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht
Alektum Capital AG,
gevestigd en kantoorhoudende te Zug, Zwitserland,
eiseres,
gemachtigde: [bedrijf01] B.V. te [plaats01] ,
tegen
[gedaagde01],
wonende op een geheim adres in de [gemeente01] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 16 mei 2023 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 118,06 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 76,72 vanaf 16 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres gevestigd is te Zwitserland, draagt onderhavige procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van onderhavige vordering kennis te nemen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het EVEX II Verdrag inzake. Nu gedaagde woonachtig is in Nederland, is op grond van artikel 15 van Pro het EVEX II Verdrag de Nederlandse rechter bevoegd.
2.4
Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Eiseres heeft gesteld dat zij middels cessie heeft overgedragen gekregen de openstaande vordering uit hoofde van een tussen Zalando SE (hierna: Zalando) en gedaagde gesloten consumentenovereenkomst. Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 11 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van Zalando in samenhang met artikel 6 lid 2 Verordening Pro Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
2.5
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens het volgende.
2.6
Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, waaronder tevens de nakosten, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op:
- dagvaardingskosten € 107,84
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde
€ 39,00
totaal € 274,84.
2.7
De nakosten worden begroot op € 19,50 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 118,06 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 76,72 vanaf 16 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 274,84;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.