ECLI:NL:RBZWB:2023:5234

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
26 juli 2023
Zaaknummer
10554261 CV EXPL 23-1698 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 14 lid 2 Verordening (EU) nr. 593/2008Art. 17 lid 1 algemene voorwaarden ZalandoArt. 6 lid 2 Verordening (EU) nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering consumentenkrediet na cessie onder Nederlands recht

Eiseres, Coeo Securitisation Limited, gevestigd in Ierland, heeft een vordering van €160,53 ingediend tegen gedaagde wegens niet-nakoming van een consumentenkoopovereenkomst, die zij middels cessie van Zalando Payments GmbH heeft verkregen.

Gedaagde is niet verschenen noch heeft hij een schriftelijk verweer ingediend, waardoor verstek is verleend. De rechtbank bevestigt haar internationale bevoegdheid op grond van artikel 18 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012, aangezien gedaagde in Nederland woont.

De toepasselijkheid van Nederlands recht wordt vastgesteld op basis van Verordening Rome I en de algemene voorwaarden van Zalando. De vordering wordt als gegrond beoordeeld en toegewezen, met veroordeling van gedaagde tot betaling van het bedrag, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €160,53 met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10554261 CV EXPL 23-1698
vonnis d.d. 12 juli 2023
inzake
de vennootschap naar vreemd recht
Coeo Securitisation Limited,
gevestigd en kantoorhoudende te Dublin, Ierland,
eiseres,
gemachtigde: [bedrijf01] B.V. te [plaats01] ,
tegen
[gedaagde01],
wonende te [postcode01] [plaats02] , [adres01] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 6 juni 2023 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 160,53, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 117,93 vanaf 6 juni 2023 tot aan de dag der voldoening, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres gevestigd is te Ierland, draagt onderhavige procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van onderhavige vordering kennis te nemen. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord op grond van artikel 18 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012, Brussel I bis. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien gedaagde in Nederland woonachtig is.
2.4
Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Nederland en Ierland zijn beide partij bij de Verordening (EU)
nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verordening Rome I).
Eiseres heeft gesteld dat zij middels cessie heeft overgedragen gekregen van Zalando Payments GmbH de openstaande vordering uit hoofde van een tussen Zalando SE (hierna: Zalando) en gedaagde gesloten consumentenovereenkomst.
Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de Verordening Rome I wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 17 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van Zalando in samenhang met artikel 6 lid 2 Verordening Pro Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
2.5
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.
2.6
Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, waaronder tevens de nakosten, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op:
- dagvaardingskosten € 107,84
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde
€ 39,00
totaal € 274,84.
2.7
De nakosten worden begroot op € 19,50 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 160,53 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 117,93 vanaf 6 juni 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 274,84;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.