Betrokkene is in 2019 veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder medeplegen van diefstal en valsheid in geschrift. De ontnemingsprocedure over het wederrechtelijk verkregen voordeel loopt parallel aan het hoger beroep op die veroordeling.
De officier van justitie vordert ontneming van een voordeel van €196.343, gebaseerd op een politierapport. De verdediging betwist de peildatum van wilsonbekwaamheid en stelt dat diverse bedragen en schenkingen niet wederrechtelijk zijn verkregen. Ook verzoekt zij om aanhouding van de procedure tot het hoger beroep is afgerond.
De rechtbank oordeelt dat de peildatum van 1 januari 2014 voor wilsonbekwaamheid juist is en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel juist is vastgesteld op basis van het politierapport. De contante opnames en schenkingen worden als wederrechtelijk verkregen aangemerkt. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van bijna 8 jaar wordt het bedrag met €5.000 verminderd. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen.
De rechtbank legt betrokkene een hoofdelijke betalingsverplichting op van €191.343 en bepaalt de duur van gijzeling bij niet-betaling. De uitspraak is gedaan op 27 juli 2023 door drie rechters.