ECLI:NL:RBZWB:2023:5292
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen parkeerbelasting bij onvolledige betaling parkeervergunning
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen tien naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg wegens het niet betalen van de parkeerbelasting ondanks tijdige aanvraag van een parkeervergunning.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende tijdig een aanvraag voor verlenging van de parkeervergunning heeft ingediend, maar de betaling niet tijdig heeft voldaan. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende meerdere betalingsherinneringen gestuurd. Tijdens controles is geconstateerd dat voor de geparkeerde auto geen parkeerbelasting was voldaan, waarop de naheffingsaanslagen zijn opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat hij in de veronderstelling verkeerde over een geldige vergunning te beschikken en dat de kosten disproportioneel zijn. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar zorgvuldig heeft gehandeld en belanghebbende redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van het niet voldoen aan de betalingsverplichting.
De rechtbank overweegt dat het evenredigheidsbeginsel niet is geschonden omdat belanghebbende na meerdere aanslagen bekend moest zijn met het tekort en pas na acht aanslagen een onderzoeksplicht ontstaat. De aanslagen tot en met 12 november blijven dan ook in stand. Voor latere aanslagen is geen uitspraak gedaan.
De beroepen worden ongegrond verklaard, de naheffingsaanslagen blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.