Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:5298

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 juli 2023
Publicatiedatum
28 juli 2023
Zaaknummer
23-001760
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94a SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen Audi

Klaagster heeft een klaagschrift ingediend tot opheffing van het beslag op een Audi die in haar bedrijfspand stond voor reparatie. Zij stelt rechthebbende te zijn en voert aan dat de auto bestemd is voor een klant in Marokko, ondersteund door Marokkaanse kentekenplaten en facturen.

De officier van justitie betwist het eigenaarschap van klaagster en wijst op het vermoeden van onttrekking aan het verkeer vanwege een onjuiste kilometerstand. Ook ontbreekt volgens het OM bewijs dat de auto vanuit Marokko is getransporteerd.

De raadkamer oordeelt dat klaagster feitelijk namens een derde partij (de Marokkaanse klant) teruggave vraagt, wat niet mogelijk is binnen de procedure van artikel 552a Sv. Daarom wordt het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar klaagschrift tot teruggave van de Audi omdat zij feitelijk namens een derde partij optreedt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-299097-22
rk.nummer: 23-001760
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klaagster] B.V.
gevestigd aan [vestigingsplaats]
hierna te noemen: klaagster.
Klaagster heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te Tilburg, op het adres Ringbaan-West 195-197, 5037 PB Tilburg.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op in het strafvorderlijk onderzoek tegen [naam] in beslag is genomen: een personenauto van het merk Audi, type SQ5 (hierna: Audi).
  • het klaagschrift, ingediend op 18 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie;
  • het proces-verbaal van de raadskamerbehandeling op 25 mei 2023 en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 14 juli 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. C.P.G. Tax, mr. S.P.H. Brinkman als raadsvrouw van klaagster en [naam] die is verschenen als belanghebbende en als vertegenwoordiger van [klaagster] B.V. (hierna: [klaagster] ).
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klaagster. Daartoe is aangevoerd dat de Audi in het bedrijfspand van [klaagster] stond ter reparatie. Na reparatie zou de auto naar een klant in Marokko worden gebracht. Tijdens de doorzoeking van het pand van [klaagster] is de Audi in beslag genomen, omdat deze niet in voldoende mate kon worden gelinkt aan de bedrijfsvoering van [klaagster] , hetgeen in zekere zin juist is nu deze auto niet tot de bedrijfsvoorraad van [klaagster] behoort. Klaagster is aan te merken als rechthebbende van de Audi. Daarnaast verzet het strafvorderlijk belang zich niet tegen teruggave. In raadkamer heeft de raadsvrouw in aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat de verklaring van klaagster over de Marokkaanse klant wordt ondersteund door de Marokkaanse kentekenplaten die in de brandkast van [klaagster] zijn aangetroffen. Bovendien is er een factuur van en een mailwisseling over de reparatie aangetroffen. De ongebruikelijk lange duur van de reparatie kan worden verklaard door het panorama dak dat nog moest worden hersteld. Voorts stelt de raadsvrouw dat er voldoende tijd is geweest om onderzoek naar de waarheidsvinding te doen en dat onttrekking aan het verkeer enkel wegens een onjuiste kilometerstand niet mogelijk is nu dat geen strafbaar feit betreft. Daarnaast stelt de raadsvrouw dat niet duidelijk is waarom de Audi niet terug is gegeven aan klaagster, terwijl andere goederen wel teruggegeven zijn aan andere personen
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat klaagster niet buiten redelijke twijfel als eigenaar van de Audi kan worden aangemerkt en dat het klaagschrift derhalve ongegrond dient te worden verklaard. Er zijn geen gegevens verstrekt over de eigenaar van de Audi of de klant van [klaagster] . Voorts voert de officier van justitie aan dat het voertuig voor een langere periode dan gebruikelijk ter reparatie bij [klaagster] is geweest en dat aanknopingspunten voor de verklaring dat het voertuig vanuit Marokko naar Nederland is getransporteerd, ontbreken. Bovendien is het voertuig al vatbaar voor onttrekking aan het verkeer gelet op het vermoeden dat de afgelezen kilometerstand niet de werkelijke kilometerstand is. In raadkamer heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het feit dat bij enkele andere klagers wel is overgegaan tot teruggave van inbeslaggenomen goederen, blijkt dat het openbaar ministerie zorgvuldig bekijkt welke goederen tot de eigenaar terug te brengen zijn. Dit is in onderhavig geval niet anders.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat de raadsvrouw heeft betoogd dat de Audi feitelijk toebehoort aan een Marokkaanse klant van klaagster. Er is verzocht de Audi aan klaagster terug te geven, omdat klaagster de plicht heeft het voertuig terug te geven aan haar klant. De rechtbank stelt vast dat klaagster hiermee feitelijk om teruggave vraagt voor een ander. Dit is binnen de klaagschriftprocedure van 552a Sv niet mogelijk. De rechtbank zal klaagster daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar klaagschrift.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart:
klaagster niet-ontvankelijk in het klaagschrift.
Deze beslissing is op 28 juli 2023 gegeven door mr. A.L. Hoekstra, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juli 2023.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).