ECLI:NL:RBZWB:2023:5299
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bij veroordeelde voor diefstal ongegrond verklaard
De veroordeelde, geboren in 2005, werd door de kinderrechter veroordeeld tot een taakstraf wegens diefstal. Naar aanleiding hiervan werd op 29 maart 2023 DNA-materiaal afgenomen. De veroordeelde maakte bezwaar tegen de DNA-afname en verwerking, stellende dat dit niet van betekenis zou zijn voor opsporing en dat het tot stigmatisering leidt. Tevens werd een beroep gedaan op artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank behandelde het bezwaar en hoorde de advocaat en officier van justitie. De verdediging verwees naar een eerdere zaak waarin het bezwaar gegrond werd verklaard en benadrukte de moeilijke jeugd van de veroordeelde. Het OM stelde dat de veroordeelde bijna meerderjarig was bij het plegen van het feit en dat sprake was van recidive, waardoor afname proportioneel is.
De rechtbank oordeelde dat de wet voorschrijft dat DNA-afname verplicht is bij veroordelingen voor misdrijven zoals diefstal, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De omstandigheden van de veroordeelde, waaronder haar leeftijd en recidive, rechtvaardigen geen uitzondering. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname en verwerking wordt ongegrond verklaard en het bevel tot DNA-afname blijft van kracht.