ECLI:NL:RBZWB:2023:5333
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Borm
- Rechtspraak.nl
Betaling zorgkosten en wettelijke rente na zorgverzekeringsovereenkomst
VGZ heeft met [gedaagde01] een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten en heeft zorgkosten voorgeschoten en gefactureerd over de periode van 2011 tot 2019. Na eerdere gedeeltelijke veroordeling tot betaling van € 500,00, vordert VGZ nu het restant van de vordering inclusief wettelijke rente en incassokosten.
[gedaagde01] voert verweer dat de vordering verjaard is en betwist de specificatie van de schuld, mede vanwege onduidelijkheid over de zorgverlening aan hem of zijn ex-partner. De rechtbank oordeelt dat de verjaring is gestuit door eerdere aanmaningen en eerdere veroordeling, en dat de aanvullende stukken de onduidelijkheid wegnemen.
De rechtbank wijst de hoofdsom toe, met uitzondering van de kosten voor de acceptgiro en buitengerechtelijke incassokosten wegens niet-naleving van wettelijke vereisten. De wettelijke rente wordt toegewezen over het toegewezen bedrag vanaf de vervaldatum. De proceskosten worden beperkt omdat VGZ de facturen pas vlak voor de mondelinge behandeling overlegt, waardoor onduidelijkheid ontstond voor [gedaagde01].
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.717,89 plus wettelijke rente en proceskosten van € 793,24, met afwijzing van overige vorderingen.