Eiseres heeft op 5 juli 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres een ingebrekestelling heeft gestuurd op 9 mei 2023. Na ontvangst hiervan op 12 mei 2023 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Hoewel de wet een termijn van twee weken voorschrijft voor het nemen van het besluit na deze uitspraak, acht de rechtbank een langere termijn van acht weken redelijk gezien de omvang van de achterstanden bij de Belastingdienst en de noodzaak van een zorgvuldige behandeling.
De rechtbank wijst een dwangsom toe van €100 per dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000, en vergoedt het griffierecht en proceskosten van eiseres. De rechtbank wijst een verlenging van de termijn toe zonder verlenging wegens vertraging door eiseres, omdat dit onduidelijkheid zou scheppen.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier M.R. Jouvenaar op 28 juli 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet aantekenen tegen deze uitspraak.