ECLI:NL:RBZWB:2023:5383

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
02-128724-22
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging zware mishandeling, bewezenverklaring mishandeling met honkbalknuppel

Op 22 mei 2022 vond nabij de woning van verdachte een woordenwisseling plaats met aangever, waarbij verdachte met een honkbalknuppel op het hoofd van aangever sloeg. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit van zware mishandeling niet bewezen was, omdat niet vaststond dat aangever zwaar lichamelijk letsel had opgelopen. Ook werd verdachte vrijgesproken van de poging tot zware mishandeling, omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van opzet of voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel.

Wel werd vastgesteld dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan mishandeling door het slaan met de honkbalknuppel, zonder dat dit tot zwaar letsel leidde. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen, omdat verdachte het conflict initieerde door met de knuppel naar aangever toe te lopen. De rechtbank legde een taakstraf van 90 uur op, met aftrek van voorarrest, mede rekening houdend met de omstandigheden en rapportage van de reclassering.

De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. De honkbalknuppel werd verbeurd verklaard. Het vonnis werd uitgesproken op 2 augustus 2023 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging zware mishandeling, veroordeeld voor mishandeling met taakstraf van 90 uur.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-128724-22
vonnis van de meervoudige kamer van 2 augustus 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1954 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsman mr. G.L.A.M. van Doveren, advocaat te Breda

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 juli 2023, waarbij de officier van justitie mr. E. van Aalst en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Verdachte wordt - kort en feitelijk weergegeven - verdacht van zware mishandeling van [slachtoffer] dan wel een poging daartoe dan wel van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat de primair ten laste gelegde zware mishandeling niet bewezen kan worden verklaard. Verdachte moet dan ook van dit feit vrijgesproken worden. Wel acht zij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Zij baseert zich daarbij op de verklaring van aangever [slachtoffer] dat hij met een honkbalknuppel op het hoofd is geslagen en op de verklaring van verdachte dat hij het hoofd van [slachtoffer] met een honkbalknuppel heeft geraakt. Ook acht zij de verklaringen van de [getuigen] van belang.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Verdachte had geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Bovendien is het letsel van aangever geen zwaar lichamelijk letsel. Subsidiair moet verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hem een geslaagd beroep op noodweer toekomt.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank gaat op grond van de bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.
Op 22 mei 2022 heeft op straat, vlakbij de woning van verdachte, een woordenwisseling plaatsgevonden tussen verdachte en aangever waarbij over en weer naar elkaar is geschreeuwd. Verdachte heeft zijn hond naar binnen gebracht en kwam weer naar buiten. Volgens getuigen had verdachte uit zijn huis een honkbalknuppel mee naar buiten genomen en had aangever een klauwhamer onder het zadel van zijn scooter gepakt. Verdachte heeft aangever met de honkbalknuppel op diens hoofd geslagen.
Zware mishandeling
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, omdat uit het dossier niet blijkt dat verdachte door de klap van de honkbalknuppel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Uit het dossier blijkt ook niet dat sprake is van blijvende gehoorschade ten gevolge van de klap met de honkbalknuppel. Verdachte zal zonder nadere motivering van de zware mishandeling worden vrijgesproken.
Poging zware mishandeling
Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van een poging tot zware mishandeling moet sprake zijn geweest van opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer. De rechtbank ziet in het handelen van verdachte geen vol opzet. De rechtbank moet daarom beoordelen of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Daarvan is sprake als de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans dat het gevolg (in dit geval zwaar lichamelijk letsel) zal intreden en de verdachte die kans bewust heeft aanvaard. Onder 'de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans' dient te worden verstaan de in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hierbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht van belang.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte met een houten honkbalknuppel op het hoofd van aangever heeft geslagen, maar niet dat dat met kracht is gebeurd. De [getuigen] hebben beiden verklaard dat zij verdachte niet hebben zien uithalen met de knuppel en verklaren over een ‘een tik(je) met de knuppel’. De politie heeft het letsel vanwege de geringe omvang daarvan niet kunnen fotograferen en de ter plaatse gekomen ambulancemedewerkers vonden het niet nodig om aangever voor nader onderzoek naar het ziekenhuis te vervoeren. Nu niet vaststaat dat verdachte met kracht heeft geslagen en bovendien onduidelijk is gebleven op welk deel van het hoofd aangever is geraakt, kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake was van een aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, zodat ook geen sprake is van opzet in voorwaardelijke zin. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.
Mishandeling
De gedraging van verdachte levert naar het oordeel van de rechtbank wel de ten laste gelegde mishandeling op, met dien verstande dat uit het dossier niet volgt dat aangever hierdoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Noodweer(exces)?
De verdediging heeft subsidiair betoogd dat sprake is geweest van noodweer. Een geslaagd beroep op noodweer heeft tot gevolg dat de wederrechtelijkheid, die in de tenlastegelegde mishandeling impliciet besloten ligt, niet kan worden bewezen. Daarom bespreekt de rechtbank het verweer hier.
Ter onderbouwing van het beroep op noodweer heeft de verdediging aangevoerd dat aangever de aanval op verdachte heeft geopend door met een klauwhamer te dreigen en dat verdachte geen reële mogelijkheid had om zich aan deze aanval te onttrekken.
De officier van justitie heeft aangevoerd dat een noodweer(exces) situatie niet aannemelijk is geworden, omdat ook verdachte een aandeel heeft gehad in de ontstane woordenwisseling en alleen verdachte heeft verklaard dat aangever met de klauwhamer in zijn richting heeft gezwaaid of hem daarmee heeft geraakt.
De rechtbank overweegt hierover het volgende.
Voor noodweer is vereist dat er sprake is van verdediging tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Van een ogenblikkelijke aanranding is ook sprake bij een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding, maar de enkele vrees daartoe is niet voldoende. In deze zaak staat vast dat verdachte zich kort aan de woordenwisseling op straat heeft onttrokken, een honkbalknuppel uit zijn woning heeft gepakt en naar aangever is gelopen om hem daarmee te slaan. Naar het oordeel van de rechtbank was dat gedrag van verdachte niet verdedigend, maar aanvallend en gericht op een confrontatie met aangever. Het beroep op noodweer wordt dan ook verworpen. In zo een geval kan ook een beroep op noodweerexces of putatief noodweer niet slagen.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
meer subsidiair:
op 22 mei 2022 te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met een honkbalknuppel op/tegen het hoofd te slaan.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte een taakstraf van 90 uur op te leggen.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door aangever met een honkbalknuppel op zijn hoofd te slaan. Met zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever. Daarnaast heeft het geweld zich op klaarlichte dag in het openbaar, op straat in een woonwijk, afgespeeld in het zicht van meerdere buurtbewoners. Een dergelijk gewelddadig feit op een openbare plaats veroorzaakt gevoelens van onrust en onveiligheid bij ooggetuigen en de rest van de samenleving.
De reclassering heeft over verdachte gerapporteerd en geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Tot slot houdt de rechtbank rekening met het feit dat ook aangever deelnam aan de woordenwisseling die is geëscaleerd in de mishandeling, terwijl hij ook had kunnen doorlopen.
Alles afwegend zal de rechtbank een taakstraf voor de duur van 90 uur opleggen, met aftrek van het voorarrest.

7.De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.815,-, te weten € 430,- aan materiële schade en € 2.385,- aan immateriële schade.
De vordering is niet onderbouwd en gemotiveerd betwist. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

8.Het beslag

8.1
De verbeurdverklaring
De in beslag genomen honkbalknuppel behoort toe aan verdachte en het strafbare feit is daarmee begaan. Daarom zal de rechtbank de honkbalknuppel verbeurd verklaren.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het primair en subsidiair ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Mishandeling;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 90 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht
vervangende hechteniszal worden toegepast van
45 dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag;
Benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
Beslag
- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:
1. STK Wapen (honkbalknuppel, omschrijving: G2463530);
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. van Nieuwkerk, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. J.C.A.M. Los, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 augustus 2023.
Mr. Schnitzler is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.