Op 22 mei 2022 vond nabij de woning van verdachte een woordenwisseling plaats met aangever, waarbij verdachte met een honkbalknuppel op het hoofd van aangever sloeg. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit van zware mishandeling niet bewezen was, omdat niet vaststond dat aangever zwaar lichamelijk letsel had opgelopen. Ook werd verdachte vrijgesproken van de poging tot zware mishandeling, omdat niet kon worden vastgesteld dat sprake was van opzet of voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel.
Wel werd vastgesteld dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan mishandeling door het slaan met de honkbalknuppel, zonder dat dit tot zwaar letsel leidde. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen, omdat verdachte het conflict initieerde door met de knuppel naar aangever toe te lopen. De rechtbank legde een taakstraf van 90 uur op, met aftrek van voorarrest, mede rekening houdend met de omstandigheden en rapportage van de reclassering.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. De honkbalknuppel werd verbeurd verklaard. Het vonnis werd uitgesproken op 2 augustus 2023 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.