ECLI:NL:RBZWB:2023:5416
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Parkeervergunning ingetrokken na verhuizing; naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht opgelegd
Belanghebbende had een parkeervergunning voor een adres in Breda, maar is in mei 2021 verhuisd naar een ander adres binnen dezelfde gemeente. De heffingsambtenaar trok de oorspronkelijke vergunning in per 29 november 2021 vanwege de verhuizing en het feit dat het nieuwe adres over een eigen parkeergelegenheid beschikt. Op 23 december 2021 werd een nieuwe vergunning verleend voor het nieuwe adres.
Tijdens controles in november en december 2021 werd geconstateerd dat belanghebbendes auto zonder geldige vergunning geparkeerd stond, waarna vijf naheffingsaanslagen werden opgelegd. Belanghebbende betwistte de intrekking van de vergunning en stelde dat de naheffingsaanslagen onterecht waren.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking terecht was, omdat de gewijzigde omstandigheden een nieuwe toets vereisten. De naheffingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. Twee aanslagen werden vernietigd omdat het intrekkingsbesluit toen nog niet bekend was, waarna belanghebbende deze beroepen introk. De overige beroepen werden ongegrond verklaard. Verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen, maar het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn terecht opgelegd na intrekking van de parkeervergunning wegens verhuizing; de beroepen worden ongegrond verklaard.