De kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 12 mei 2023 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2007 en 2011, die bij hun moeder wonen. De ondertoezichtstelling was reeds meerdere malen verlengd sinds mei 2021 en de gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging voor een jaar.
Tijdens de zitting met gesloten deuren, waarbij ouders en hun advocaten aanwezig waren, werd vastgesteld dat de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De GI rapporteerde dat de hulpverlening voor de kinderen gaande is, waaronder speltherapie en geplande traumabehandeling, maar dat de problematiek complex is en voortzetting van toezicht noodzakelijk blijft. De verstandhouding tussen ouders is verstoord, waardoor gezamenlijke besluitvorming over het contact met de vader niet mogelijk is.
De moeder stemde in met verlenging, maar voor een kortere periode van zes maanden, mede vanwege haar wens een gastouderbureau te starten. De vader pleitte voor volledige verlenging en benadrukte het belang van monitoring van het contactherstel en ouderschapsbemiddeling, die tot nu toe niet van start is gegaan.
De minderjarigen gaven aan geen contact met de vader te willen en ervaren spanningen door de situatie. De kinderrechter achtte het noodzakelijk dat de GI betrokken blijft en dat ouderschapsbemiddeling op korte termijn start. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 26 november 2023, met een pro forma zitting gepland voor 24 oktober 2023 om de voortgang te beoordelen en verdere beslissingen te nemen.