ECLI:NL:RBZWB:2023:5438

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 juli 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
10576296 CV EXPL 23-1836 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis in incassozaken met afwijzing handelsrente wegens ontbreken handelsovereenkomst

Eiseres, Enexis Netbeheer B.V., vordert betaling van een bedrag van €1.760,67 vermeerderd met wettelijke rente van 10,5% per jaar over een deel van de hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding. Gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend.

De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat er sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, waardoor de gevorderde handelsrente wordt afgewezen. In plaats daarvan wordt de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro toegewezen vanaf de dag van dagvaarding over de hoofdsom en incassokosten.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.728,24 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 juni 2023 en in de proceskosten, die tot op heden zijn vastgesteld op €671,84. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.728,24 met wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 12 juni 2023 en in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10576296 CV EXPL 23-1836
vonnis d.d. 26 juli 2023
inzake
de besloten vennootschap
Enexis Netbeheer B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,
tegen
[gedaagde01],
wonende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 12 juni 2023 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 1.760,67 te vermeerderen met de wettelijke rente van 10,5 % per jaar over een bedrag van € 1.728,24 vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag der algehele voldoening met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens de gevorderde wettelijke rente van 10,5 %. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt. Uit de stellingen van eiseres volgt dat zij wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vordert. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een "handelsovereenkomst" in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro worden toegewezen. Nu niet is gesteld vanaf welke datum gedaagde in verzuim is komen te verkeren zal de wettelijke rente over de verschuldigde hoofdsom van € 1.502,82 en de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 225,42 worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.
2.4
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 107,84
griffierecht € 365,00
salaris gemachtigde
€ 199,00
totaal € 671,84.
2.5
De nakosten worden begroot op € 99,50 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.728,24 vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over
dit bedrag vanaf 12 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 671,84;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.