Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser,
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering na een ziekmelding in juli 2019 en een wachttijd van 104 weken. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat eiser op 4 juli 2021 0% arbeidsongeschikt was en heeft de uitkering geweigerd. Eiser betwist deze beslissing en stelt dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zijn beperkingen niet juist zijn meegenomen.
De rechtbank beoordeelt het beroep en concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door de verzekeringsarts B&B, die alle klachten en beperkingen van eiser heeft betrokken en deze op overtuigende wijze heeft gemotiveerd. De rechtbank vindt dat er geen medische objectieve onderbouwing is voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan vastgesteld.
Ook de arbeidsdeskundige B&B heeft berekend dat eiser met de geduide functies 100% van zijn loon kan verdienen, wat overeenkomt met 0% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.