ECLI:NL:RBZWB:2023:5458
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ponds
- Rechtspraak.nl
Geldleningsovereenkomst en terugbetalingsverplichting na beëindiging onderneming
Op 14 januari 2020 sloten Heineken Nederland B.V. en [gedaagde01] een overeenkomst waarbij Heineken € 20.000,00 verstrekte als vooruitbetaling, terug te betalen in jaarlijkse termijnen van € 4.000,00, mits aan alle verplichtingen werd voldaan. De onderneming van [gedaagde01] werd op 1 april 2021 uitgeschreven, waarna Heineken het restantbedrag van € 17.600,00 opeiste.
[gedaagde01] stelde dat het om een schenking ging, gebaseerd op een vermeende toezegging van een accountmanager van Heineken, en voerde een beroep op dwaling. De kantonrechter verwierp dit verweer, aangezien de overeenkomst duidelijk was en [gedaagde01] bekend was met de constructie uit eerdere overeenkomsten.
Heineken vorderde betaling van € 20.656,65, inclusief hoofdsom, rente en incassokosten. De kantonrechter kende de hoofdsom, contractuele rente en incassokosten toe, verminderd met de geringe betalingen van [gedaagde01]. Tevens werd [gedaagde01] veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het bewijsaanbod van [gedaagde01] werd gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde01] tot betaling van € 20.656,65 aan Heineken, inclusief hoofdsom, rente en incassokosten.