ECLI:NL:RBZWB:2023:5461

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 augustus 2023
Publicatiedatum
3 augustus 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2485
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen besluit college Tilburg over TOZO niet-ontvankelijk wegens te late indiening

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 augustus 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg van 2 juni 2022 over TOZO.

De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het beroepschrift te laat is ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken vanaf de dag na de bekendmaking van het besluit, welke bekendmaking plaatsvond op 3 juni 2022. De termijn eindigde daarom op 15 juli 2022, terwijl het beroep pas op 16 april 2023 digitaal werd ingediend.

Eiser voerde aan dat de te late indiening te wijten was aan fysieke en mentale klachten na een operatie in het voorjaar van 2022, waaronder schildklierklachten, hartklachten, spierzwakte, oververmoeidheid en depressieve klachten. De rechtbank stelde dat ziekte slechts in zeer uitzonderlijke gevallen leidt tot verschoonbaarheid van termijnoverschrijding en dat de omstandigheden van eiser niet aan deze hoge norm voldeden. Bovendien had eiser tijdig beroep kunnen instellen of iemand anders kunnen vragen dit te doen.

De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelde het bestreden besluit niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college van Tilburg is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening die niet verschoonbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2485 TOZO

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 2 juni 2022.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken [1] . Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt [2] . Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen [3] .
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verschoonbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege [4] .
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat het college het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 3 juni 2022 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 15 juli 2022.
4.1.
Eiser heeft op 16 april 2023 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verschoonbaar?
Eiser heeft als reden voor de te late indiening van het beroepschrift aangegeven dat hij in het voorjaar van 2022 geopereerd is en dat hij aan deze operatie schildklierklachten heeft overgehouden. Hij ervaart hierdoor fysieke en mentale klachten die bestaan uit het uitvallen van lichaamsfuncties, hartklachten, spierzwakte, oververmoeidheid, wisselende gemoedstoestanden en depressieve klachten. In de zomer van 2022 ging het weer iets beter, maar daarna kreeg hij weer een terugval.
Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen leidt ziekte van een belanghebbende tot het oordeel dat een termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Hetgeen eiser heeft aangevoerd leidt niet tot de conclusie dat er sprake is van zo’n zeer uitzonderlijk geval. Eiser heeft ook aangegeven dat hij normaliter weliswaar moeite heeft met organisatorische zaken en planning, maar daar altijd wel uitkomt. Eiser had in ieder geval tijdig beroep kunnen instellen (zo nodig op nader aan te voeren gronden) of iemand kunnen vragen dat voor hem te doen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 augustus 2023 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.