ECLI:NL:RBZWB:2023:5469

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 augustus 2023
Publicatiedatum
3 augustus 2023
Zaaknummer
AWB- 23_3884 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 lid 3 AwbArt. 8:24 lid 2 AwbArt. 2:4 procesreglement bestuursrecht rechtbank 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft een gemachtigde namens verzoekster een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het verzoekschrift niet door verzoekster zelf is ondertekend en dat geen schriftelijke machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat de gemachtigde bevoegd is om namens haar op te treden.

De griffier heeft de gemachtigde verzocht binnen een gestelde termijn alsnog een schriftelijke machtiging te overleggen, met de waarschuwing dat het verzoek anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Binnen deze termijn is geen machtiging ontvangen.

Omdat niet is gebleken dat de gemachtigde bevoegd is en verzoekster zelf het verzoek niet heeft ingediend, en bovendien de gemachtigde niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3884 PW VV

uitspraak van 3 augustus 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Procesverloop

[naam betrokkene] heeft, hij stelt namens [naam verzoekster], een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:24, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:4, eerste en tweede lid van het procesreglement bestuursrecht rechtbank 2021 kan de voorzieningenrechter een machtiging vragen als iemand zich stelt als gemachtigde.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoekschrift niet is ondertekend door [naam verzoekster] Ook is geen stuk bijgevoegd waaruit blijkt dat dat [naam betrokkene] gemachtigd is om namens [naam verzoekster] om een voorlopige voorziening te verzoeken.
3. Bij brief van 26 juli 2023 heeft de griffier aan [naam betrokkene], onder andere, gevraagd om een schriftelijke machtiging toe te sturen. In die brief is tevens meegedeeld dat als de gevraagde stukken niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, het verzoek niet ontvankelijk kan worden verklaard.
3. Binnen de gestelde termijn is geen machtiging ontvangen. Omdat niet is gebleken dat [naam betrokkene] gemachtigd is namens [naam verzoekster] op te treden, [naam verzoekster] niet zelf om een voorlopige voorziening heeft gevraagd en [naam betrokkene] niet aangemerkt kan worden als belanghebbende bij het verzoekschrift, zal het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 3 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.