Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de op 11 juli 2023 aan de man betekende dagvaarding, met producties;
- het op 13 juli 2023 ingekomen e-mailbericht van de man, houdende een verzoek tot aanhouding van de mondelinge behandeling.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kortgedingprocedure vordert de moeder dat de vader wordt veroordeeld om wekelijks contact toe te staan tussen haar en hun minderjarige kind, dat sinds maart 2023 feitelijk bij de vader verblijft en geen contact meer heeft met de moeder. De vader verschijnt niet in rechte, waardoor verstek wordt verleend.
De moeder stelt dat de vader het kind onttrekt aan contact en vreest dat zij naar Turkije zullen vertrekken. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert echter dat het contact hersteld moet worden maar dat er onvoldoende informatie is om een contactregeling op te leggen, mede vanwege het loyaliteitsconflict van het kind.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van de moeder vaststaat, maar dat zonder nader onderzoek niet kan worden vastgesteld of toewijzing in het belang van het kind is. Daarom wijst hij de vorderingen af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot wekelijkse contactregeling tussen moeder en minderjarige wordt afgewezen wegens onvoldoende informatie over het belang van het kind.