Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaarden:
bijzondere voorwaarden:
[slachtoffer01], geboren op [geboortedag02] 1976, wonende aan de [adres01] te [plaats02] , en met
[slachtoffer02], geboren op [geboortedag03] 1973, wonende aan de [adres02] te [plaats01] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
[adres01] te [plaats02] en in de [adres02] te [plaats01], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
5 jaar:
[slachtoffer01] en [slachtoffer02]en
in de [adres01] te [plaats02] en de [adres02] te [plaats01];
vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum duur van 6 maanden;
dadelijk uitvoerbaaris;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een gevangenisstraf van 2 weken;
[slachtoffer01]van
€ 3.425,=, waarvan € 3.000,= aan immateriële schade en € 425,= aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.000,= vanaf 1 juni 2021 en over € 425,= vanaf 4 juni 2022, beide tot de dag van volledige betaling;
45 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;