Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] uit [plaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 28,12;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 121,88;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 418,50;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 418,50;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht tot een bedrag van € 24,50 aan belanghebbende vergoedt;
- bepaalt dat de minister het griffierecht tot een bedrag van € 24,50 aan belanghebbende vergoedt.