ECLI:NL:RBZWB:2023:5508
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in Middelburg
Belanghebbende is eigenaar van een eindwoning uit circa 1967 met een aanbouw, vrijstaande berging en tuinhuis op een kavel van 234 m² in Middelburg. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van deze woning per 1 januari 2018 vast op €164.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €131.000 voor.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport van een onafhankelijke taxateur, die de woning op €179.000 taxeerde op basis van vergelijkingsobjecten die rond de waardepeildatum waren verkocht. De taxateur hield rekening met verschillen tussen de woningen via een matrix met waardeberekeningen.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De stelling van belanghebbende dat de inhoud van de woning onjuist is vastgesteld, is onvoldoende onderbouwd. Ook de door belanghebbende voorgestelde lagere waarde is niet nader onderbouwd.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft de WOZ-waarde van €164.000 gehandhaafd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €164.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.