Uitspraak
1.[eiser in conventie sub01] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 99,50(0,50 punten x € 199,00)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil over de opzegging van een huurovereenkomst voor een zelfstandige woonruimte door de verhuurder wegens dringend eigen gebruik. De huurovereenkomst bestaat sinds 2017 en de verhuurder wil de woning zelf betrekken vanwege gezondheidsproblemen en financiële omstandigheden. De huurder verzet zich tegen de opzegging.
De verhuurder heeft aangevoerd dat zijn huidige woning niet meer geschikt is vanwege zijn leeftijd en medische situatie, waaronder een aneurysma en COPD. Hij wil de huurwoning verbouwen tot een gelijkvloerse seniorenwoning. De huurder stelt dat zij een belang heeft om in de woning te blijven vanwege sociale en praktische redenen.
De rechtbank oordeelt dat de verhuurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de huurwoning dringend nodig heeft voor eigen gebruik. De medische situatie rechtvaardigt geen onmiddellijke verhuizing en de voorgenomen verbouwing is onvoldoende onderbouwd. Ook de financiële situatie is niet concreet genoeg toegelicht.
Daarom wordt de opzegging wegens dringend eigen gebruik afgewezen en blijft de huurovereenkomst van kracht. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventionele vorderingen van de huurder hoeven niet te worden behandeld omdat de hoofdvordering is afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen van de verhuurder wegens dringend eigen gebruik worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.