ECLI:NL:RBZWB:2023:5596
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging WW-uitkering wegens te late aanvraag ondanks detentie
Eiser werd op 21 juni 2021 werkloos en diende zijn aanvraag voor een WW-uitkering pas op 12 oktober 2021 in, 106 dagen te laat. Gedurende 10 juli tot en met 31 augustus 2021 zat eiser in detentie, een periode waarin geen recht op WW-uitkering bestaat. Het UWV heeft daarom terecht deze detentieperiode niet meegeteld bij de maatregel.
Eiser voerde aan dat problemen met zijn DigiD en detentie hem verhinderden de aanvraag tijdig in te dienen. De rechtbank oordeelde dat het mogelijk was binnen een week een DigiD aan te vragen en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet eerder contact met het UWV kon opnemen of een papieren aanvraag kon doen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV op goede gronden een maatregel van 20% gedurende een maand heeft opgelegd wegens de termijnoverschrijding van meer dan 60 dagen. Het beroep van eiser op verminderde verwijtbaarheid werd verworpen, waarna het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de WW-uitkering wegens te late aanvraag wordt ongegrond verklaard.