ECLI:NL:RBZWB:2023:5598
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet-beschikbaar zijn voor passend werk
Eiser was sinds 1 februari 2021 werkloos en ontving een WW-uitkering. Hij werkte daarnaast 24 uur per week in loondienst en besteedde tijd aan zijn minicamping, waarvan hij eigenaar is. Het UWV stelde dat eiser niet beschikbaar was voor passend werk en beëindigde daarom de WW-uitkering per 1 juli 2022. Eiser voerde aan dat hij zich richt op de camping en niet meer uren in loondienst wil werken, en verwees naar toezeggingen vanuit de toeslagenaffaire.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet bereid is om naast zijn huidige baan de resterende uren te werken, wat een voorwaarde is voor het ontvangen van een WW-uitkering. De houding en gedrag van eiser tonen aan dat hij zich niet beschikbaar stelt voor passend werk. De rechtbank oordeelde dat de WW-uitkering terecht is beëindigd omdat eiser niet aan de verplichtingen voldoet.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees het verzoek tot terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De rechtbank liet de beroepsgrond over de toeslagenaffaire onbesproken omdat eiser geen gedupeerde is en zijn schulden heeft afgelost.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering wegens niet-beschikbaar zijn voor passend werk.