Eiser vroeg een bijstandsuitkering aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Orionis Walcheren wees de aanvraag op 12 november 2020 af vanwege het ontbreken van een onderbouwd ondernemingsplan en onvoldoende gegevens om de levensvatbaarheid van het bedrijf te beoordelen. Na bezwaar en een advies van IMK, dat eveneens concludeerde dat het ondernemingsplan onvoldoende was uitgewerkt, handhaafde Orionis het besluit.
Eiser voerde aan dat het advies van IMK onprofessioneel was en dat hij voldoende had meegewerkt. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de levensvatbaarheid bij eiser lag en dat Orionis terecht uitging van het deskundige advies van IMK. Eiser had onvoldoende objectieve gegevens aangeleverd en werkte niet adequaat mee aan het onderzoek.
De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van levensvatbaarheid gebaseerd moet zijn op objectieve gegevens en niet op de eigen verwachtingen van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.