ECLI:NL:RBZWB:2023:5630

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 augustus 2023
Publicatiedatum
11 augustus 2023
Zaaknummer
02-283798-22
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtig karakter van seksuele handelingen met minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 augustus 2023 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen, bij een meisje dat de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt. De tenlastelegging betrof handelingen in de periode van 6 oktober 2019 tot en met 5 oktober 2021.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat er inderdaad seksuele handelingen tussen verdachte en het slachtoffer hebben plaatsgevonden, hetgeen door verdachte niet werd betwist. De kernvraag was of deze handelingen als ontuchtig konden worden aangemerkt, waarbij de rechtbank de sociaal-ethische norm als maatstaf hanteerde.

De rechtbank oordeelde dat ondanks het leeftijdsverschil van vijfeneenhalf jaar, er sprake was van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid in de relatie, inclusief de seksuele contacten. Het dossier toonde aan dat verdachte en het slachtoffer een liefdesrelatie hadden en samen met hun dochter een gezin vormden. Er was geen aanwijzing dat het slachtoffer ondergeschikt was of de relatie niet wilde voortzetten.

Gezien deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat de seksuele handelingen niet in strijd waren met de sociaal-ethische norm en ontbrak het ontuchtige karakter. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen met een minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-283798-22
vonnis van de meervoudige kamer van 3 augustus 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte01]
geboren op [geboortedatum01] 2000 te [geboorteplaats01]
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01]
raadsman mr. J.L. Oudshoorn, advocaat te Rijswijk

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 augustus 2022, waarbij de officier van justitie mr. I.M.H. Masselink en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft op de zitting direct mondeling uitspraak gedaan.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 6 oktober 2019 tot en met 5 oktober 2021, bij [slachtoffer01] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ontuchtige handelingen heeft verricht die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht op grond van het dossier het feit wettig en overtuigend bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat de seksuele handelingen niet als ontuchtig kunnen worden aangemerkt.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte en [slachtoffer01] in de periode zoals ten laste gelegd inderdaad seksueel contact hebben gehad. Dit wordt door verdachte ook niet ontkend.
De vraag is of deze seksuele handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm, waardoor deze handelingen zouden kunnen worden aangemerkt als ontuchtig. Daarbij zijn de concrete omstandigheden van groot belang. Het ontuchtige karakter kan volgens de Hoge Raad namelijk aan seksuele handelingen ontbreken indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden in het kader van een affectieve relatie en sprake is van een gering leeftijdsverschil.
De rechtbank constateert dat in onderhavige zaak geen sprake is van een gering verschil in leeftijd. Het verschil in leeftijd tussen verdachte en [slachtoffer01] bedraagt namelijk vijfeneenhalf jaar. In de betreffende levensfase is dat een aanzienlijk leeftijdsverschil. Dit enkele leeftijdsverschil is echter op zichzelf onvoldoende om de seksuele handelingen als ‘ontuchtig’ aan te merken. Uit het dossier blijkt dat sprake was van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid in de relatie – inclusief seksuele contacten – tussen verdachte en [slachtoffer01] . Verdachte en [slachtoffer01] verklaren immers beide dat zij destijds een liefdesrelatie hadden en die nu ook nog steeds hebben. [slachtoffer01] , verdachte en hun dochtertje wonen sinds mei van dit jaar als gezin samen. Bovendien kan uit het dossier niet worden afgeleid dat [slachtoffer01] op enige manier ondergeschikt was aan verdachte. Integendeel, uit de telefonisch afgelegde verklaring van [slachtoffer01] bij de politie en de door de raadsman ter zitting overgelegde e-mail van [slachtoffer01] blijkt dat [slachtoffer01] heel standvastig is en deze strafzaak (nog steeds) niet nodig vindt. Hieruit leidt de rechtbank ook af dat [slachtoffer01] oprecht een relatie met verdachte wil en deze relatie - net als verdachte - wil voortzetten.
Voorgaande omstandigheden tezamen genomen en in onderlinge samenhang bezien brengen de rechtbank tot het oordeel dat in onderhavige zaak geen sociaal-ethische norm is geschonden, zodat aan de seksuele handelingen het ontuchtige karakter ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken.

5.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.C. Janssen, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. M. Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is direct mondeling uitgesproken ter openbare zitting op 3 augustus 2023.
Mr. Veldhuizen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.