Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Wettelijk kader
Gronden van beroep
Oordeel rechtbank over beroepsgronden
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser ontvangt sinds januari 2020 een uitkering op grond van de Participatiewet. Het college heeft in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek gegevens opgevraagd, waaronder bankafschriften en bewijsstukken van een buitenlandse reis. Na het niet aanleveren van deze gegevens heeft het college het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken over de periode van mei tot december 2020. Tevens heeft het college de onverschuldigd betaalde uitkering van €9.172,26 teruggevorderd.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, maar heeft geen gronden van bezwaar ingediend ondanks meerdere verzoeken en een hersteltermijn. Hierdoor verklaarde het college het bezwaar tegen het primaire besluit I niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het primaire besluit II (terugvordering) is door de rechtbank behandeld. Eiser betwist de terugvordering, maar motiveert dit niet en erkent de hoogte en periode van het bedrag.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken en op grond van artikel 58 van Pro de Participatiewet verplicht is de onverschuldigde uitkering terug te vorderen, aangezien geen dringende redenen zijn aangevoerd om hiervan af te zien. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van onverschuldigde bijstand wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen intrekking van de uitkering niet-ontvankelijk.