De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter om machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij een netwerkpleeggezin, te weten hun oma en opa, voor de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarigen verblijven momenteel bij de oma, waar zij zich goed ontwikkelen. De moeder stemde in met de uithuisplaatsing bij de oma en opa, maar niet met plaatsing van een van de kinderen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een veiligheidsplan op te stellen vanwege het strafblad van de opa, dat zedendelicten en geweld betreft. De kinderrechter overwoog dat de veiligheid van de minderjarigen gewaarborgd kan worden door wekelijkse contacten en hulpverlening aan alle betrokkenen.
Gelet op de omstandigheden en het belang van de minderjarigen werd de machtiging tot uithuisplaatsing bij de oma en opa toegekend voor een periode van zes maanden, tot 20 juli 2023. Het verzoek tot uithuisplaatsing in een jeugdhulpaccommodatie werd afgewezen. De GI moet vóór 15 juni 2023 een schriftelijk verslag over de situatie indienen, waarna verdere besluitvorming volgt.