ECLI:NL:RBZWB:2023:5676
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- C.H.W.M. Sterk
- D.S.G. Froger
- K. Verschueren
- Rechtspraak.nl
Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel ondanks beperkte samenwerking veroordeelde
Veroordeelde is in 2020 een voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd, die in september 2022 werd voortgezet en loopt tot september 2024. Tijdens de zitting op 27 juli 2023 is de tussentijdse beoordeling van deze maatregel behandeld. De verdediging verzocht primair om beëindiging van de maatregel vanwege het beperkte intelligentieniveau van veroordeelde en subsidiair om overplaatsing naar een andere instelling.
De rechtbank nam kennis van een evaluatierapport van de penitentiaire inrichting te Vught en hoorde deskundigen die bevestigden dat veroordeelde weigerachtig is in de samenwerking met casemanagers en gemeentelijke instanties, ondanks positieve signalen zoals het afronden van een CoVa plus training. Veroordeelde vertoont bovendien crimineel gedrag tijdens detentie en werkt niet mee aan een individueel behandeltraject.
De rechtbank concludeert dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is ter bescherming van de maatschappij, omdat beëindiging waarschijnlijk leidt tot onveiligheid en overlast. Het beperkte IQ van veroordeelde neemt niet weg dat hij bewust kiest niet samen te werken. Overplaatsing naar een andere ISD-instelling kan de rechtbank niet bevelen. De rechtbank benadrukt dat zowel veroordeelde als de instelling moeten blijven zoeken naar mogelijkheden voor gedragsverandering.
Uitkomst: De rechtbank beslist tot voortzetting van de ISD-maatregel vanwege weigering tot samenwerking en risico op maatschappelijke onveiligheid.