4.3.2De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Vaststelling feiten en omstandigheden
Op grond van de in bijlage II genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 6 september 2022 is in de voormalige woning van verdachte aan de [adres] in [plaats] in verband met zijn verhuizing het gasfornuis ontkoppeld. In de middag van
8 september 2022 heeft verdachte de sleutels van die woning ingeleverd en zijn de voor- en achterdeur gesloten door [getuige 2] van TOF Wonen. Niemand heeft tot dat moment in de woning gas geroken noch een sissend geluid gehoord. Verdachte is enkele uren na het inleveren van zijn sleutels door [getuige 3] van [nummer 1] in de buurt van de woning gezien en heeft meerdere keren tegen haar geroepen “dat hij de kiet in de fik ging steken”. Ook op 9 en 10 september 2022 werd verdachte door buurtbewoners voor of dicht bij de woning gezien. Op 11 september 2022 omstreeks 18:00 uur kreeg de brandweer een melding van een inpandig gaslek op voornoemd adres. Getuigen [getuige 4] en [getuige 1] , de buren van respectievelijk [nummer 2] en [nummer 3] , roken gas in hun woning en eerstgenoemde hoorde al twee dagen een sissend geluid uit de tuin van [adres] komen. De brandweer is binnengetreden en heeft een forse hoeveelheid gas gemeten. De officier van dienst van de brandweer heeft verklaard dat bij het binnentreden van de woning de explosiemeter is aangeslagen op 70% ‘onderste explosie limiet’, maar dat het niet ondenkbaar is dat op andere locaties in de woning een hogere waarde aanwezig was of was geweest. De brandweer heeft de woning geventileerd en alle twaalf belendende woningen ontruimd. De brandweer constateerde dat de gaskraan in de keuken was opengedraaid. Door de ligging van de woning is volgens de brandweer gemeen gevaar voor goederen en personen te duchten geweest. Er hadden zich twee scenario's kunnen afspelen, namelijk een drukgolf en/of een brand. Bij een drukgolf zouden de zwakste punten van de bouw eruit geblazen zijn, zijnde vooral de voor- en achtergevel. Indien dan personen, bijvoorbeeld brandweermensen, in het pand aanwezig zouden zijn, dan zouden die ernstig tot dodelijk gewond kunnen raken door de druk of door ontbranding van het gas. Eventuele omstanders, denk aan mensen die buiten de woning staan, zouden zeker gewond raken door rondvliegend glas of stenen. Brandweerman [naam] heeft de gaskraan in de keuken op 11 september ’s avonds met een kwartslag dichtgedraaid. Bij de rechter-commissaris heeft hij verder verklaard dat zo’n gaskraan niet zomaar open gaat, omdat er weerstand op zit.
Tussenconclusie
Op basis van de tot nu toe vastgestelde feiten en omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen worden dat in de periode van 9 tot en met 11 september 2022 in de voormalige woning van verdachte de gaskraan in de keuken opzettelijk is opengezet en langere tijd open heeft gestaan. Gelet op de hiervoor genoemde twee vervolgscenario’s kan bovendien wettig en overtuigend bewezen worden dat daardoor een strafrechtelijk relevante gevaarlijke situatie voor mensen en/of goederen is ontstaan. Een enkel vonkje zou voldoende zijn geweest om dat gevaar te realiseren, waarover hierna meer.
Resterende vragen
De vragen die de rechtbank nog moet beantwoorden zijn of verdachte degene is geweest die de gaskraan heeft opengedraaid en, zo ja, of hij daarbij opzet heeft gehad op het creëren van de gevaarzettende situatie. Verdachte heeft op zitting expliciet verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij op enig moment de gaskraan heeft opengezet en de verdediging heeft drie alternatieve scenario’s benoemd waarbij verdachte niet de dader is. De rechtbank zal eerst ingaan op die alternatieve scenario’s.
Alternatieve scenario’s
De verdediging heeft allereerst aangevoerd dat niet uitgesloten kan worden dat een ander persoon dan verdachte de gaskraan in de keuken heeft opengedraaid. De rechtbank acht dat scenario niet aannemelijk geworden en overweegt daarover het volgende.
Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij na het inleveren van de sleutels op 8 september 2022 nog in de ochtend van 9 september 2022 in de woning is geweest om zijn fiets op te halen. Bij het binnengaan van de woning heeft hij geen sissend geluid gehoord en geen gas geroken. Voor het scenario dat in de periode van dat bezoek tot het alarmeren van de brandweer op 11 september een derde persoon de gaskraan heeft opengedraaid, is geen enkel aanknopingspunt aanwezig in het dossier. Ook de verdediging heeft geen concreet aanknopingspunt daarvoor benoemd. De stelling dat de garagedeur van de woning niet afgesloten kon worden en dat volgens verdachte vaker andere mensen via die garagedeur de woning zouden hebben betreden is daarvoor onvoldoende. Verdachte is de enige waarvan vaststaat dat hij na 8 september 2022 in de woning is geweest en verdachte is de enige die in die periode door buurtbewoners bij of in de buurt van de woning is gezien; niemand anders.
Door de verdediging is een technisch mankement als tweede alternatief scenario aangedragen. Dat de gaskraan, zoals gesteld, door een technisch mankement al open kan zijn geweest sinds het ontkoppelen van het gasfornuis acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk, omdat er sinds die dag nog gedurende twee dagen meerdere mensen
- waaronder verdachte zelf - in de woning zijn geweest en niemand gas heeft geroken noch een sissend geluid heeft gehoord. Dat sprake zou zijn geweest van ouderdom van de knop of de gasleiding en dat daardoor het gas kan zijn ontsnapt is ook voor de periode 9 tot en met 11 september 2023 niet aannemelijk geworden. Dat de gasknop door een technisch mankement vanzelf open zou zij gegaan wordt weersproken door de eerder aangehaalde verklaring van brandweerman [naam] . Daaruit kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat er op de gaskraan in keuken weerstand zat toen [naam] hem op 11 september dichtdraaide.
Aan het laatste alternatieve scenario, van kattenkwaad, is door de verdediging geen handen en voeten gegeven. Mede gezien wat bij het eerste scenario is overwogen over het opendraaien door een derde is ook dit scenario niet aannemelijk geworden.
Gelegenheid en motief verdachte
Tegenover de onaannemelijke alternatieve scenario’s van de verdediging staat de gelegenheid voor verdachte om het feit te plegen en een aannemelijk motief dat verdachte heeft gehad voor het opendraaien en open laten staan van de gaskraan met alle mogelijke gevolgen van dien. Verdachte wist immers dat hij ook na het inleveren van de sleutel toegang tot de woning kon verkrijgen via de garage en is op 9 en 10 september nog in de straat gezien. Verdachte moest de woning, waar hij al ruim 30 jaar woonde, onder andere wegens (herhaalde) overlast verlaten. [getuige 5] van TOF Wonen heeft verklaard dat verdachte haatgevoelens had naar de [adres] toe. Dat sluit aan bij de eerder aangehaalde verklaring van [getuige 3] dat verdachte kort voor dit incident meerdere keren tegen haar had geroepen “dat hij de kiet in de fik ging steken”.
Verdachte is de dader
Nu enig alternatief scenario niet aannemelijk is geworden en vast staat dat verdachte in de periode van 9 tot en met 11 september 2022 de gelegenheid en een motief heeft gehad om de gaskraan open te draaien en open te laten staan, komt de rechtbank tot het oordeel dat het verdachte is geweest die de gaskraan in de woning opzettelijk heeft opengedraaid. Dat wordt voor de rechtbank bevestigd door zijn verklaring bij zijn aanhouding in de Albert Heijn aan het Wagnerplein in Tilburg op 11 september 2023 om 19:33 uur. Dat is ruim twee dagen nadat hij naar eigen zeggen voor het laatst bij zijn voormalige woning zou zijn geweest. Kort na de mededeling dat hij was aangehouden voor poging brandstichting en poging tot ontploffing zei verdachte uit het niets: “Ik heb daar echt niets mee te maken, ik woon daar niet meer”. De rechtbank kan die mededeling niet anders verstaan dan dat verdachte daarmee doelde op zijn voormalige woning aan de [adres] . De politie had op dat moment nog niet verteld op welk adres er een poging brandstichting/ontploffing was geweest. Het is verdachte zelf die dan zijn voormalige woning noemt, waarmee hij naar het oordeel van de rechtbank op dat moment blijk geeft te beschikken over daderwetenschap.
Naar de uiterlijke verschijningsvorm is het handelen van verdachte erop gericht geweest ervoor te zorgen dat de woning zich vulde met gas. Het is een feit van algemene bekendheid dat die situatie de aanmerkelijke kans veroorzaakt dat een brand en/of ontploffing ontstaat. Op enig moment ontstaat een mengsel van gas en lucht dat kan ontploffen door een enkele vonk, zoals bijvoorbeeld ontstaat bij het inschakelen van verlichting. Verdachte kende dat risico ook. Op zitting heeft hij namelijk verklaard dat de ramp niet te overzien zou zijn geweest voor de wijk als de brandweer niet zou zijn gekomen. Gecombineerd met zijn uitlating tegen [getuige 6] is de rechtbank van oordeel dat verdachte vol opzet heeft gehad op het veroorzaken van een brand en/of ontploffing.
Gelet op het voorgaande kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte opzettelijk heeft geprobeerd brand te stichten en/of een ontploffing te veroorzaken, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.