ECLI:NL:RBZWB:2023:570
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en ongegrondheid van beroepen tegen belastingaanslagen 2015-2017
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de beroepen van belanghebbende tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2015, 2016 en 2017.
Voor het jaar 2016 oordeelt de rechtbank dat het beroep tijdig is ingediend en ontvankelijk is. De inspecteur stelde dat er geen belang meer bestond omdat het verzamelinkomen conform de herziene aangifte was vastgesteld. Dit werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep echter ongegrond omdat de aangevoerde gronden niet konden leiden tot een andere navorderingsaanslag dan waarover de procedure ging.
Voor de jaren 2015 en 2017 oordeelt de rechtbank dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. De stelling van belanghebbende dat hij wegens ziekenhuisopname door Covid-19 niet tijdig kon reageren, werd niet aannemelijk geacht vanwege gebrek aan concreet bewijs en inconsistenties in de verklaringen. Daarom verklaarde de rechtbank deze beroepen niet-ontvankelijk.
Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 2 februari 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen 2015 en 2017 zijn niet-ontvankelijk en het beroep tegen de navorderingsaanslag 2016 is ongegrond verklaard.