ECLI:NL:RBZWB:2023:571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na vaststelling drugslaboratoriumomzet
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting en Zvw over 2019, opgelegd naar aanleiding van de vondst van een synthetisch drugslaboratorium op een perceel waar belanghebbende betrokken bij was. De inspecteur had de omzet van het laboratorium vastgesteld op €462.000 en toegerekend aan belanghebbende 40% hiervan, oftewel €184.800.
Belanghebbende werd in 2020 veroordeeld tot vijf en een half jaar gevangenisstraf voor productie van synthetische drugs. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende een aanzienlijk inkomen uit het laboratorium had genoten, maar dat de toerekening van 40% onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank stelde het belastbare inkomen vast op €75.000.
Het beroep tegen de aanslag Zvw werd ongegrond verklaard omdat deze aanslag was berekend over het maximale bijdrage-inkomen. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. Vergoeding van werkelijke kosten werd afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Aanslag inkomstenbelasting 2019 verminderd tot €75.000 belastbaar inkomen; beroep tegen Zvw-aanslag ongegrond.