ECLI:NL:RBZWB:2023:572
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen werkzaamheid voor inkomstenbelasting door ontbreken arbeidsvereiste bij herontwikkeling onroerend goed
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016. De kern van het geschil betreft de vraag of sprake is van een werkzaamheid in de zin van artikel 3.90 van de Wet IB 2001, waarbij belanghebbende een negatief resultaat uit overige werkzaamheden had opgegeven.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende eigenaar was van het onroerend goed dat werd herontwikkeld tot seniorenappartementen. De feitelijke herontwikkeling en risico droeg echter de ontwikkelaar, respectievelijk BV 2 en later BV. Hoewel belanghebbende wel werkzaamheden verrichtte, waren deze namens de ontwikkelaar en niet in privé als eigenaar.
De rechtbank concludeerde dat het arbeidsvereiste niet is vervuld en dat er dus geen sprake is van een werkzaamheid. Hierdoor is de aanslag van de inspecteur, die het resultaat uit overige werkzaamheden niet heeft erkend, juist opgelegd.
Het beroep is ongegrond verklaard, de aanslag wordt gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag inkomstenbelasting 2016 wegens ontbreken van het arbeidsvereiste voor werkzaamheid.