Eiser, die sinds oktober 2018 wegens lichamelijke klachten arbeidsongeschikt is, stelde beroep in tegen het UWV-besluit over zijn WIA-uitkering. De rechtbank behandelde het beroep en heropende het onderzoek om aanvullende medische rapportages te verkrijgen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) stelde vast dat eiser diverse allergieën en overgevoeligheden heeft, evenals geobjectiveerde rugpathologie, wat tot beperkingen leidt die zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 1 oktober 2021. Eiser betwistte het medisch oordeel en stelde dat zijn beperkingen en arbeidsongeschiktheid hoger zijn dan vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was, waarbij de aanvullende rapportages geen aanleiding gaven het oordeel te wijzigen. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser met de beperkingen de geduide functies kan vervullen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af.