ECLI:NL:RBZWB:2023:5755
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs door CBR
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 juli 2023 van het CBR tot schorsing van zijn rijbewijs en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten de zaak zonder zitting te behandelen.
Verzoeker stelde dat het ontbreken van zijn rijbewijs gevolgen heeft voor zijn vrijwilligerswerk en dat hij meerdere keren per week naar het ziekenhuis moet vanwege ernstig zieke schoonouders. Hij overlegde een overzicht van ziekenhuisafspraken en een visitekaartje ter onderbouwing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang onvoldoende was aangetoond. Het overzicht van afspraken betrof verzoeker zelf en toonde niet aan dat hij wekelijks meerdere ziekenhuisbezoeken moest afleggen. Tevens ontbrak een toelichting waarom openbaar vervoer niet mogelijk is. Ook was onvoldoende duidelijk waarom het noodzakelijk is dat verzoeker mee moet naar het ziekenhuis en waarom andere vervoersmogelijkheden niet haalbaar zijn.
Verder gaf verzoeker geen concrete toelichting waarom zijn vrijwilligerswerk het bezit van een rijbewijs vereist. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs is afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.