ECLI:NL:RBZWB:2023:5756
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rentebeschikking en afwijzing vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een rentebeschikking van de invorderingsambtenaar van de gemeente Veere, waarin een bedrag van €316 invorderingsrente werd opgelegd wegens late betaling van een factuur voor een omgevingsvergunning uit 2016.
De rechtbank oordeelt dat het bericht van 10 september 2020 als een voor bezwaar vatbare rentebeschikking moet worden aangemerkt, conform artikel 30 van Pro de Invorderingswet 1990. De hoogte van de rente was niet in geschil, maar belanghebbende wilde een principieel oordeel over het karakter van het bericht en een vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank constateert dat de redelijke termijn met ongeveer 10 maanden is overschreden, maar dat de overschrijding geen aanleiding geeft tot vergoeding van immateriële schade omdat de spanning en frustratie vooral samenhing met het omgevingsvergunningtraject, dat al in 2020 was afgerond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de rentebeschikking wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.