Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat verweerder uiterlijk op 29 juni 2022 had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan. Na ingebrekestelling op 13 juni 2023 is nog steeds geen besluit genomen. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en bepaalt dat verweerder binnen vijf weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten van €418,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst een verzoek om vergoeding van werkelijke juridische kosten af vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.