ECLI:NL:RBZWB:2023:5802

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 augustus 2023
Publicatiedatum
21 augustus 2023
Zaaknummer
C/02/412697 / FA RK 23/3743
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken psychische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 augustus 2023 het verzoek van de officier van justitie om de crisismaatregel voort te zetten die op 9 augustus 2023 was opgelegd aan betrokkene. Betrokkene verbleef in een zorgaccommodatie na een crisismaatregel op basis van een floride psychotisch toestandsbeeld.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat zijn situatie aanzienlijk was verbeterd en dat hij geen stress meer ervaart. Hij gaf aan geen wiet meer te willen gebruiken en zijn leven weer op te pakken. Zowel de arts als de begeleidster bevestigden dat er geen sprake meer was van een psychische stoornis en dat betrokkene coöperatief was en geen of nauwelijks psychotische klachten vertoonde.

De advocaat van betrokkene voerde aan dat de psychotische stoornis niet langer aanwezig was, waardoor geen grondslag bestond voor voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank overwoog dat niet werd voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de maatregel en wees het verzoek af.

De beschikking werd mondeling gegeven door rechter Borm en schriftelijk uitgewerkt op 17 augustus 2023. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens het ontbreken van een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/412697 / FA RK 23/3743
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 14 augustus 2023van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene01],
geboren op [geboortedatum01] 1990 te [geboorteplaats01] ,
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijplaats01] te [plaats01] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. G. Veen te 's-Heer Arendskerke.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 9 augustus 2023, ingekomen ter griffie op 9 augustus 2023, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 9 augustus 2023 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Goes tot het nemen van de crisismaatregel van 9 augustus 2023;
- de medische verklaring van 9 augustus 2023;
- het episodejournaal van 9 augustus 2023;
- het politie informatierapport Wvggz van 9 augustus 2023;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie en/of de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2023, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [arts01] , arts;
- mevrouw [begeleidster01] , begeleidster.
Tevens was aanwezig mevrouw [assistent-arts01] , assistent-arts, die niet is gehoord.
1.4
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Verzoek

2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.

3.Standpunten

3.1
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft betrokkene aangegeven dat het vorige week niet zo goed met hem ging, omdat hij te veel wiet had gerookt. Inmiddels heeft er een hele grote verandering plaatsgevonden. Betrokkene benoemt dat hij op dit moment geen stress meer heeft en rustig is. Hij is van plan om geen wiet meer te roken of dingen van andere mensen aan te nemen en wil zijn leven weer gaan oppakken. Vanuit Stichting [verblijplaats01] zal er vanaf vandaag ook een behandeltraject voor hem geregeld worden. Daar staat betrokkene voor open.
3.2
De advocaat van betrokkene heeft aangegeven dat betrokkene niet meer belast is met een psychotisch toestandsbeeld. Daarom is niet langer sprake van een psychische stoornis, wat betekent dat er geen grondslag is om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen. Het verzoek moet dus worden afgewezen.
3.3
De arts heeft aangegeven dat niet langer sprake is van het floride psychotische toestandsbeeld waarmee betrokkene enkele dagen geleden met een crisismaatregel bij Stichting [verblijplaats01] werd opgenomen. Sinds de opname is het snel veel beter met betrokkene gegaan. Er zijn niet of nauwelijks meer psychotische klachten zichtbaar en betrokkene stelt zich mild op, is coöperatief in contact en het is mogelijk om goede afspraken met hem te maken. Het is daarom niet nodig om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen.
3.4
In aanvulling op de arts heeft de begeleidster van betrokkene toegelicht dat het toestandsbeeld van betrokkene de afgelopen ontzettend is verbeterd. Hij hoeft daarom wat haar betreft niet langer in Stichting [verblijplaats01] opgenomen te blijven of verplichte zorg te ontvangen.

4.Beoordeling

4.1
Bij beschikking van de gemeente Goes van 9 augustus 2023 is ten aanzien van betrokkene een crisismaatregel genomen. Op basis daarvan is betrokkene opgenomen en verblijft hij momenteel in de accommodatie Stichting [verblijplaats01] te [plaats01] , op de [afdeling] .
4.2
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat er bij betrokkene thans geen sprake (meer) is van een psychische stoornis in de zin van de Wvggz. Daarbij neemt de rechtbank in overweging hetgeen door de arts en de begeleidster van betrokkene is verklaard, namelijk dat het toestandsbeeld van betrokkene sinds hij met een crisismaatregel in Stichting [verblijplaats01] is opgenomen, aanzienlijk is verbeterd. Er is geen sprake meer van een floride psychose bij betrokkene en hij heeft geen of nauwelijks psychotische klachten meer. Een voortzetting van de (verplichte) zorg wordt daarom niet langer noodzakelijk geacht voor betrokkene.
4.3
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank zal het voorliggende verzoek dan ook afwijzen.

5.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Borm, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2023 in tegenwoordigheid van mr. De Haas als griffier, en op 17 augustus 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.