Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[verzoeker01] ,
[verzoeker02],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 16 februari 2023 is een verzoek ingediend om namens een minderjarige de nalatenschap van een overledene te verwerpen. De verzoekers, waaronder de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige, hebben verklaard dat de nalatenschap mogelijk negatief is, maar konden geen overzicht van baten en lasten overleggen.
De kantonrechter heeft verzoekers in de gelegenheid gesteld alsnog deze gegevens te verstrekken, maar zij konden of wilden dit niet. Omdat niet is gebleken dat de nalatenschap negatief is, is het niet in het belang van de minderjarige om de nalatenschap te verwerpen.
De kantonrechter oordeelt dat de nalatenschap daarom beneficiair moet worden aanvaard en dat verzoekers als vereffenaar namens de minderjarige moeten optreden. Het verzoek wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek om machtiging tot verwerping van de nalatenschap namens de minderjarige wordt afgewezen.