De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 augustus 2023 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de gecertificeerde instelling (GI) een schriftelijke aanwijzing aan de vader van een minderjarige had gegeven. Deze aanwijzing betrof het beperken van communicatie over volwassenproblematiek met de minderjarige en het gebruik van een door de GI aangemaakte groepsapp voor communicatie tussen ouders.
De vader weigerde deel te nemen aan de groepsapp en erkende dat hij volwassenproblematiek met de minderjarige besprak, wat volgens de GI schadelijk was voor het welzijn van het kwetsbare kind. De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig was voorbereid, duidelijk was geformuleerd en noodzakelijk was om de doelen van de ondertoezichtstelling te bereiken.
De rechtbank bekrachtigde de schriftelijke aanwijzing en legde een dwangsom van €10 per dag op bij niet-nakoming, gemaximeerd op €5.000. De dwangsom werd gematigd ten opzichte van het door de GI gevraagde bedrag van €60 per dag, omdat de GI de verhoging niet had onderbouwd. De moeder was niet verschenen bij de mondelinge behandeling, en de GI was ook afwezig, wat door de rechter werd betreurd maar niet belemmerend was voor de uitspraak.