ECLI:NL:RBZWB:2023:5843
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over termijn voor beslissing UWV op bezwaar WIA-uitkering
Opposant stelde beroep in tegen het UWV omdat het niet tijdig had beslist op zijn bezwaar tegen een besluit over zijn WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en gaf het UWV vier maanden om alsnog een besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in, omdat hij vindt dat de termijn van vier maanden te lang is en hij in financiële problemen verkeert. De rechtbank beoordeelde in het verzet uitsluitend of het eerdere oordeel terecht was en of de termijn redelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van vier maanden passend is gezien de capaciteitsproblemen bij het UWV en het belang van een zorgvuldige heroverweging. Het verzoek om schadevergoeding wegens vertraging werd afgewezen omdat het geschil inhoudelijk nog niet is afgerond en de redelijke termijn nog niet is overschreden.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en handhaafde de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en openbaar gemaakt op 22 augustus 2023.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen; het UWV moet binnen vier maanden alsnog beslissen op het bezwaar.