Werknemer trad in december 2018 in dienst bij ZWA Saneringen en beëindigde de arbeidsovereenkomst in oktober 2022 met een beëindigingsovereenkomst. Na ziekmelding medio augustus 2022 verrichtte werknemer geen werkzaamheden meer. Werkgever betaalde niet het volledige loon en vakantietoeslag over de periode van 12 september tot 30 oktober 2022.
De werknemer vorderde betaling van het resterende loon en vakantietoeslag, inclusief wettelijke rente en incassokosten. Werkgever stelde dat werknemer niet daadwerkelijk ziek was en dat de CAO Bouw en Infra niet van toepassing was, waardoor zij niet gehouden was tot volledige doorbetaling.
De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van een arbeidsdeskundig rapport betekent dat niet kan worden vastgesteld dat werknemer arbeidsgeschikt was. Daarom geldt ziekte en is werkgever gehouden tot loondoorbetaling. Omdat de CAO-toepasselijkheid onvoldoende is aangetoond, geldt het wettelijke minimum van 70% loondoorbetaling. Werkgever moet het loon en vakantietoeslag minus een eerdere schenking betalen, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De wettelijke verhoging wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Werkgever is veroordeeld tot betaling van het bedrag en de proceskosten.